Toen ik wakker werd, moest ik eerst eens even goed kijken waar ik was. Sterker nog, ik moest zelfs even denken wie ik was. Maar al snel had ik het in de gaten. Ik keek uit het raam en zag dat de zon al opgekomen was en door een gat in de wolken een mooie straal licht op de aarde liet vallen. Ik ging snel naar beneden en maakte koffie. Ik haalde mijn laptop uit mijn tas en ging aan tafel zitten. Dat was even geleden dat ik daar zo zat.
Ik hoorde de geluidjes van mijn huis. De koelkast sloeg aan. De radiatoren maakten zachte tikjes toen ze opwarmden. De wasmachine in de bijkeuken had ik ook al aangezet. De vieze was van zeker anderhalve week draaide rondjes in zijn vertrouwde wasmiddel. De laatste keer dat ik de boel waste was in een wasserette in Seattle. Het leek alweer zo lang geleden. Het was alweer zo ver weg.
Had ik het hier gemist? Niet zoals ooit. Toen we kinderen waren en met de verkenners een week gingen kamperen in een zandafgraving in Duitsland, toen kon ik wel echt diep verlangen naar huis. Dan wilde ik naar mijn orgel. Dan ging ik in mijn hoofd maar orgelspelen. Fuga’s die ik in het echt helemaal niet kon spelen. Dingen bedenken die er nog niet waren. Later ben ik dat ook met de gitaar gaan doen. Alhoewel je die sneller ergens mee naartoe neemt.
Ik ging achter de piano zitten. Speelde iets wat ik drie weken geleden in de kop verzonnen had, ergens in Iowa. Ik gaf hardop toe aan mezelf: ja, ik heb het toch wel gemist hier. Ik speelde verder en zag buiten de rode kat voor het raam staan. We knikten goeiedag naar elkaar.
Ik liep naar buiten. Rondje om het huis. Ik rook de grond. De diepe geur van zwarte grond. Als opa een stam aardappels uit de grond haalde. Die geur. De geur van een suikerbiet uithollen om er een waxinelichtje in te doen.
De ganzen vlogen over en schreeuwden me goeiedag. Ik riep goeiedag terug.
Binnen ging ik aan tafel zitten met een van mijn favoriete gitaren. Ik had een week eerder nog hetzelfde type en merk gitaar in een heel bijzondere uitvoering in handen gehad in een bekende gitaarwinkel in Nashville. Ik was eventjes erg verliefd geworden op die gitaar. Maar ik wist: die bij mij aan de muur hangt, is mooier. En dat klopte. Even klopte alles.
Dagblad van het Noorden, 31 oktober 2026