Om me heen begin ik mensen te horen die bang zijn voor Artificial intelligence, oftewel AI: de mogelijkheid van een computer om dingen te doen die tot nu toe alleen maar door mensen gedaan konden worden. Denken, problemen oplossen, en zelfs beslissingen nemen. Mensen denken dat die ontwikkeling zo snel gaat dat ze hun baan kunnen verliezen omdat AI hun werk sneller en beter zou kunnen doen.
Ik hoorde een verhaal (door AI bedacht of niet) over een computer die ze de opdracht hebben gegeven om zelf zo slim mogelijk te worden. En dat die computer daar zelf alle mogelijkheden voor mag gebruiken. Dus die computer heeft al zitten bedenken dat ’ie daarvoor heel veel geheugen moet hebben. Maar dat kost geld. Dus het apparaat is zelf in Bitcoin gaan beleggen en heeft daar heel veel mee verdiend, waarmee ’ie ontzettend veel geheugen heeft gekocht.
Stel nou dat zo’n computer steeds maar verdergaat. Zich door niks of niemand tegen laat houden. En stel dat mensen gaan denken: we moeten dit stoppen. Gaat die computer er dan voor zorgen dat die mensen die ’m tegenwerken verdwijnen? Gaat AI op den duur de mensheid vernietigen als de mens AI wil stoppen? Dat er opeens kernbommen over de aarde vliegen omdat een computer via verborgen verbindingen overal bij kan, dus ook bij de rode knoppen van de landen met kernwapens?
Verlies van banen, verdelging van de mensheid door AI. Doemscenario’s die werkelijkheid worden?
Als het echt uit de hand gaat lopen, wat kunnen wij als mensen dan nog doen om AI te stoppen? De stroom eraf! Dan kan een computer niks meer. Natuurlijk zullen computers manieren vinden om toch stroom te krijgen. Maar als we er bovenop zitten, elke stroomkabel doorknippen, dan moet het toch opgelost zijn?
Probleem is: wij kunnen zelf óók niet meer zonder stroom. Alles zal stil komen te staan. We gaan dan terug naar de tijd van paard en wagen. Alleen zijn we inmiddels met gigantisch veel meer mensen dan in de tijd dat er nog geen elektra was. Nooit meer stroom. Het zal een chaos worden.
Maar de mens past zich altijd weer aan. We zullen het redden. We zullen ’s avonds bij een vuur zitten mijmeren over hoe mooi het was in de tijd dat er nog stroom was. Maar we zullen ook dankbaar zijn dat we er nog zijn. Iemand zal een akoestische gitaar pakken en een ander een viool. Samen zingen we een oud lied over de toekomst die we niet kennen.
Dagblad van het Noorden, 19 september 2026