Afgelopen nacht was het heel licht. Het was bijna volle maan. Het was ook een beetje mistig, dus het was erg stil. Achter het huis leek het net een scène uit een zwart-witfilm uit de jaren 50 waarin soms best wel lang bijna niks gebeurt. Maar je weet dat er dan opeens een grote auto met grote koplampen in beeld komt scheuren met gewapende bandieten op de treeplank. Dat zou hier niet snel gebeuren. Ik hoorde zelfs geen auto’s in de verte.
Ik liep naar binnen, want het was best laat. En ook al best wel fris. Ik vond het heerlijk, want de zomer was heel warm geweest. Hoeveel ik ook van de herfst houd, toch ging het mij te snel. Een paar weken nog lekker weer had mij ook mooi geleken.
Binnen draaide ik nog een muziekje dat mij al de hele dag door de kop had gespookt. Muziek bedacht door iemand, een paar honderd jaar geleden. Zo mooi hoe drie melodieën door elkaar bewegen als geheel. Alsof het opkwam uit goeie grond en groeide richting de hemel. Met af en toe een bloempje aan het einde van een takje. Muziek is ook natuur, dacht ik.
Ik keek nog even uit het raam en zag toch wat bewegen. Voor het huis, onder de appelboom liep de rode kat. Die is van iemand uit de buurt, ik weet niet goed van wie. Of misschien krijgt hij overal wel wat brokjes en jaagt hij bij mij op muizen. Het was een mooi gezicht. Een kat die door het hoge gras in het maanlicht sloop. Ik tikte met een theelepeltje dat ik van de tafel had gepakt tegen het raam. De kat zag mij en versnelde zijn pas. Weg was hij. Verdwenen in de struiken.
Het geluid van het lepeltje tegen het raam raakte me. Een geluid van vroeger. Dat ik buiten was en mijn moeder met haar ring tegen het raam tikte. Het kon dan wezen dat ik iets deed wat niet mocht. Of dat ze de thee klaar had, met een pennywafel.
Hoeveel volle manen zijn we nu al verder, vroeg ik me af. Ik besloot het niet te gaan berekenen. Wat schiet ik daarmee op, dacht ik. Ik noemde hardop de planeten op in de goeie volgorde. Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus. Daar schoot ik verder ook niks mee op. Maar ja, je moet wat.
Dagblad van het Noorden, 26 september 2026