De afgelopen weken zat ik op een plek waar je ’s nachts heel goed de sterren kon zien. Het viel mij bij aankomst al op hoe stil het er was. Echt volkomen stil. Toen de eerste avond viel, zag ik dat er vrijwel geen lampjes waren te zien in de heuvels om mij heen. Die eerste nacht heb ik mij eens weer ouderwets vergaapt aan de sterrenhemel. Je kon de Melkweg echt heel goed zien. Een brede band aan de hemel. Maar ik zag ook een soort achtergrondwaas tussen alle andere sterren. Was dat het licht van nog veel meer, nóg verder gelegen sterren? Of is alles wat je ziet de Melkweg? Dat was een van de vele vragen waarmee ik toch maar ben gaan slapen die eerste avond.
Overdag reed ik over smalle weggetjes naar een middeleeuws stadje aan een rivier om wat eten voor ’s avonds te halen. Daarna sterke koffie op een terras onder een boom. Als ik terugreed naar het huis, zag ik boeren op eeuwenoude akkers tegen de heuvels de door de zinderende zomer uitgedroogde, steenrode grond langzaam omploegen. Een eindje verder slingerde het weggetje door wat bosserij en reed ik langzaam een op het oog uitgestorven dorpje door. De mensen hadden de luiken dicht. De zomer was nog niet over. Voor het dorpskerkje stond een groot Mariabeeld. Ik stopte vaak even om Haar te groeten. Ze glimlachte altijd.
Voor het huis, boven op een heuvel, ging ik dan aan de tafel zitten. Ik had wat lekkere dingen en wat wijn van een kleine wijnmaker die aan de andere kant van de rivier een druivenras verbouwde dat je alleen maar daar tegenkomt. Weer verbaasde ik mij over hoe stil het was waar ik zat. Ik dacht aan thuis. Daar kan het ook stil zijn. Maar niet zoals hier. Hier is de tijd stil blijven staan. Ja, dat was het. Zo kon het vroeger bij ons ook zijn.
Elke avond verheugde ik mij op de sterren. Eén avond was er een geweldig onweer. Maar daarna ook weer die gigantische hemel vol sterren. Rust. Nietigheid. Vrede. Ik dacht na over alle plekken op de wereld waar onrust, grootheidswaanzin en oorlog heerst. Zou het ook zo kunnen zijn dat veel mensen nooit meer een sterrenhemel zien en dat ze daardoor geen echte vredigheid meer aanschouwen en zo makkelijker verstrikt raken in ellende? Elke avond weer zag ik even de glimlach van Maria tussen alle sterren als ik tot besluit van de avond dacht dat alles uiteindelijk vast wel goed zou komen.
Dagblad van het Noorden, 12 september 2026