Vorige week schreef ik toch over een vriend van mij die weg wilde uit Nederland? Deze week stond hij ineens bij mij voor de deur. Ik schrok een beetje. Dacht eigenlijk voor het eerst: hij zal toch niet boos zijn? Dus ik vroeg hem dat meteen. Lachend zei hij dat hij natuurlijk niet boos was. Hij vond het prima. Hij dacht dat ik vooral een gevoel had willen verwoorden waar veel mensen mee rondlopen.
En dat is nou precies waarom hij en ik al zo lang vrienden zijn. Hij gaat er altijd vanuit dat ik iets niet verkeerd bedoel. Ook toen ik een keer zijn fiets geleend had toen we een jaar of twintig waren. Die fiets werd op een zaterdagnacht in Emmen gejat. Ik zat er vreselijk mee, want hij had de tweewieler gekregen van zijn opa. Toen ik het hem opbiechtte, vond hij het alleen maar heel lullig voor mij omdat hij wist dat ik de fiets vast op een goeie plek, met een ketting goed vastgemaakt had. En op mijn beurt was ik ook niet boos op hem toen hij ooit een weekend lang uitgebreid had lopen seksen met een jongedame waar ik heel lang tevergeefs erg verliefd op was geweest. En zo waren er nog veel meer verhalen. Maar altijd kwamen we weer samen lachend aan een tafel te zitten.
Nu ook. Hij wilde thee. Ik had net van een andere kameraad echte thee uit China gekregen. Van die blaadjes. Niet van dat gruis alsof het het laatste uit de sjekpuut is. Hij nam een slokje en zette het kopje weer op de tafel. Ik keek naar zijn handen. Die waren oud geworden. Ik keek naar mijn eigen handen en zag voor het eerst dat die er ook anders uitzagen dan toen ik gitaar begon te spelen. Zijn stem klonk nog altijd jong en hoog. Daar was niet veel aan veranderd. Alle tegenwind die hij in het leven recht in zijn gezicht kreeg, had niks aan zijn klank veranderd.
,,Zou jij ook niet naar Polen willen dan? Ze zijn daar allemaal katholiek, het platteland is er prachtig, je hebt daar nog echte winters. Net wat voor jou!”, zei hij enthousiast. Ik wees naar de horizon. Het rijpe koren, de bloeiende aardappels en glimmende suikerbieten tot aan de horizon. De grote witte wolken in de helderblauwe lucht als een kroon daarbovenop. ,,Gewoon een gevoel”, zei ik. We lachten en namen ons voor eens in Polen te gaan kijken.
Dagblad van het Noorden, 18 juli 2026