Het was zaterdag en het was koud. Ik was een jaar of twaalf en buiten aan het spelen. Binnen kookte moeder een dikke pan erwtensoep. Ze riep me. Of ik opa en oma even een pannetje snert wilde brengen. Ze schepte uit de grote pan een steelpan vol, met de zwienesteert erbij. Die mocht opa zo graag eten. Deksel op de steelpan, een theedoek eromheen met een knup bovenin, zodat het deksel mooi bleef zitten.
Ik fietste met één hand aan het stuur en in de andere hand de steelpan, over het zandpad naar de straat. Vanaf daar over de Kerkweg, onder de grote, kale eikenbomen door naar opa en oma. De oostenwind was goed koud. Maar het was niet ver. Voorbij de kerk nog maar een klein stukje.
Via de achterdeur kwam ik binnen bij opa en oma. Oma zat in de stoel voor de gaskachel te lezen in een dikke roman. Opa zat aan tafel te lezen. De gaskachel tikte. Ik zei dat ik een pannetje snert kwam brengen. Dat vonden ze mooi. Ik moest gaan zitten en kreeg een kopje thee met twee scheppen suiker erin. Ze vroegen of ik het niet koud had. ,,Valt wel mee”, zei ik.
Opa zei dat het ook lang niet zo koud was als in Rusland. Dáár was het pas koud. Daar had Hitler zich nog mal op verkeken. En voor hem Napoleon ook al. Opa wees uit het raam naar het oosten: een kale vlakte met een laagje sneeuw. Hij vertelde dat het in Rusland net zo was, maar dan nog veel weidser en veel, veel kouder. Uit het boek dat voor hem lag, las hij een stukje voor over hoe Stalin ergens in de jaren dertig, vlak voor de winter, in Oekraïne alle eetbare voorraden en alle winterkleren uit de huizen had laten halen. Enorm veel mensen overleefden die winter niet. Oma zei tegen opa dat hij mij niet altijd van die nare dingen moest vertellen.
’s Avonds, thuis aan tafel, aten wij snert uit de grote pan. De ramen waren beslagen. Ik vertelde wat opa me had geleerd over Stalin. Hoe die eten en winterkleren had afgepakt van Oekraïners. Volgens mijn moeder moest ik niet alles geloven wat opa vertelde. Ik zei dat het in een boek stond. Mijn vader zei dat het misschien vroeger was gebeurd, maar dat zoiets nu nooit meer zou gebeuren.
Deze week bombardeerde Poetin energiecentrales in Oekraïne. Het is er min twintig.
Dagblad van het Noorden, 17 januari 2026