De eerste sneeuwbui die ik dit jaar zag, was prachtig. Ik zag ’m van verre al aankomen. De horizon werd wazig wit. Die waas kwam dichterbij. Op een gegeven moment zag ik dat het sneeuw was. En opeens sneeuwde het ook bij mij. Dikke vlokken. Ik moest denken aan een kleedkamer, ooit ergens in Amsterdam. Daar zat een klein raampje in waardoor je uitkeek op een blinde muur. Er was die dag iets ergs gebeurd. Ik keek door het raampje. Het begon te sneeuwen. Dikke vlokken. Uit mijn koptelefoon klonk de Bach-aria Vergnügte Ruh, beliebte Seelenlust. Meer dan zes minuten lang keek ik naar de sneeuwvlokken, met daarachter die blinde muur. De noten van het stuk vielen net als de dikke vlokken. Ik zag niet hoe ze de grond raakten. Toen de muziek afgelopen was, stopte het met sneeuwen. Ik was getroost.
De sneeuwbui die ik net zag, stopte ook. Ik had de sneeuw de grond zien raken. Maar het bleef niet liggen. Het smolt meteen. Net als in het leven. Er gebeurt zo veel wat niet blijft liggen. Het meeste is meteen weer weg. Als sneeuw wél blijft liggen, vergeet je het ook nooit meer. Natuurlijk denk ik bij elke sneeuwbui nog altijd aan februari 1979. Duinen zo hoog als ons huis. We waren ingesneeuwd. Oom Herman die ons kwam bevrijden met de trekker. Zo mooi wordt het niet gauw weer. Alhoewel: je weet maar nooit. Een mens mag hopen. Een mens móét hopen, vind ik zelfs. Zonder hoop waren we als mens nooit zo ver gekomen. En we zijn al zo’n eind!
Ze willen de komende dagen nog veel meer sneeuw hebben. Wie er met ‘ze’ bedoeld wordt, is mij trouwens nooit helemaal duidelijk geworden. Maar het is een mooie manier van zeggen, vind ik. ,,Laat ze er maar een meter neergooien”, zegt neef H. dan altijd. Hij houdt, net als ik, ook veel van sneeuw. Er zijn mooie foto’s van hoe wij als kinderen op de hoge sneeuwduinen bij ons huis staan.
Misschien komt er nog weleens zo’n winter. Alles kan. Het jaar is net begonnen. Er komt nog zo veel aan waar we nu nog geen weet van hebben. Ja, sommige dingen kun je zien aankomen. Als een sneeuwbui. Maar vaak lopen dingen ook weer totaal anders dan we verwachten. En eigenlijk is dat ook wel het mooiste. Als je alles van tevoren weet, is er niks meer te hopen. We gaan het meemaken.
Dagblad van het Noorden, 3 januari 2026