Vannacht was het even mooi helder. Was al even geleden dat de sterren zo duidelijk te zien waren geweest. Ik zocht naar Betelgeuze, rode superreus in het sterrenbeeld Orion. Het is een ster die aan het eind van zijn leven is en daarom enorm is opgezwollen. Ongeveer 1000 keer zo groot als onze zon. De ster is goed te zien. Een beetje roodachtig oranje. Hij staat zo’n beetje 700 lichtjaren van ons af. Dat betekent dat het licht van Betelgeuze er dan ook plus minus 700 jaar over doet voor het de aarde bereikt. Men verwacht dat Betelgeuze dus een keer zal ontploffen. Aan alles komt een eind. Het zal een spectaculair gezicht zijn. De hele hemel zal verlicht zijn en het licht zal ’s nachts zo helder zijn als een halve maan. Dat zou toch fantastisch zijn om mee te maken. Maar als Betelgeuze morgenmiddag ontploft, of dinsdagmorgen of zo, dan zien we dat dus pas over ongeveer 700 jaar. Je moet in reïncarnatie geloven als je je daarop kunt verheugen. Ik geloof daar niet in, dus ik zeg daarom soms vol overtuiging dat ik nog nooit zo’n fijne jeugd heb gehad.
Andersom is het precies zo trouwens. Als er nou een planeet is, 700 lichtjaren van ons vandaan, waar intelligent leven zich heeft ontwikkeld, net zoals bij ons. En daar vinden ze ook telescopen uit. En ze richten die telescopen op de aarde, dan zien ze hoe de aarde was, 700 jaar geleden. Het eind van de Middeleeuwen. Een heel andere wereld. Dan zien ze ons hier een beetje knooien en vechten met zwaarden. Dan denken ze daar op die verre planeet toch ook: daar hebben we niks te zoeken. Laat die lui het maar mooi bekijken.
Ze kunnen ons ook niet waarschuwen dat het alleen maar erger wordt met al die oorlogen en ellende. Dat is het probleem. Want niets kan sneller dan het licht. Ook radiogolven niet. Zelf lasers niet. Dus we zullen het zelf moeten uitvinden. Maar dat doen we blijkbaar niet. We worden maar slimmer en weten steeds meer. We vinden van alles uit. We weten de gekste dingen over het grote heelal en de kleinste deeltjes. Maar een beetje wereldvrede: ho maar.
En dat is een van de redenen waarom het zo fijn is om af en toe de eeuwigheid te zien in een donkere hemel vol sterren. Het relativeert. We zijn maar een pluisje. Een oogwenk.
Dagblad van het Noorden, 28 maart 2026