Hij roerde opvallend lang en met een behoorlijk geklingel door zijn koffie, tikte vervolgens best hard met het lepeltje op zijn schoteltje. Hij nam een slok en maakte daarna een geluid als een bouwvakker die op een vrijdagmiddag een flesje koud bier achterover had geslagen na het betegelen van een keuken. De krant die hij meegenomen had, sloeg hij open en klapperde hem een paar keer heen en weer. Zijn hoofd schudde terwijl hij zat te lezen. Hij was het er niet mee eens blijkbaar. Hij sloeg de pagina om, keek even om zich heen en begon daarna weer te lezen. Weer schudde hij met zijn hoofd en zei hardop: „Oh, oh, oh.”
Het was niet druk in het café. Het was middag. Er zaten nog wat mensen die er geluncht hadden. Ik zat er om de tijd te doden met een dubbele espresso. Ik was te vroeg voor een afspraak. De muziek stond zacht. Het was een playlist met hits uit de jaren 80. Mijn gedachten dwaalden af naar die tijd. Ik zag ons weer met een hele groep op zondagmiddag naar de Boogie Bar in Barger-Oosterveld fietsen. Als ik toen had geweten wat ik nu weet dan…
Opeens schrok ik op. Iemand verscheurde de rustige sfeer door keihard „Juffrouw! Juffrouw!” te roepen. Het was de nee-schuddende krantenlezer. Hij wenkte naar de dame achter de bar. Ze liep naar hem toe. Hij bestelde een tosti. Met curry, niet met ketchup. Ze liep achter de bar door de klapdeurtjes. De man keek weer om zich heen. Hij pakte zijn telefoon en begon hard te knikken. Hij las nu waarschijnlijk iets waar hij het wel mee eens was.
Zachtjes klonk You can’t hurry love in de versie van Phil Collins uit de speakers. De man pakte zijn lepeltje en tikte het liedje mee op zijn schoteltje. Ik hoorde dat hij in elk geval geen drummer was. Hij tikte rammelig mee, op de eerste tel van de maat. Maar wel hard. Dat wel.
Daar kwam zijn tosti. Hij bedankte de bardame luidkeels en ging er eens goed voor zitten. Voor elke hap veegde hij zijn tosti breedvoerig door de saus. Toen hij klaar was met eten, gooide hij zijn servet met opgeheven arm op het lege bordje. Hij keek om zich heen en zag dat ik naar hem keek. Hij riep: „Wat zit je nou naar mij te kijken joh?”
Dagblad van het Noorden, 11 april 2026