Een paar weken geleden zat ik in een hotel, ergens in Wyoming. Ik had de hele dag door de regen gereden over een vrijwel lege weg. Af en toe was ik een vrachtwagen tegengekomen. Soms een klein plaatsje. Verder alleen maar prairie. Ook als het keihard regent, is de prairie prachtig. Toch was ik blij dat ik in het hotel was.
Aan de andere kant van de weg was een restaurant. Ik stak door de regen snel de straat over en liep naar binnen. Ik ging aan de bar zitten. Daar zitten altijd meer mensen die alleen reizen.
Ik kwam naast een grote kerel te zitten met een spijkerjas aan en een oude, legergroene pet op. Hij zat te eten. Hij knikte goeiedag. Ik knikte terug. Ik kreeg het menu van de serveerster die me ‘honey’ noemde. De man naast me zei met volle mond dat ik Chicken Fried Steak moest nemen. Had hij ook. Beste ooit, zei hij. Ik kende dat gerecht wel. Heeft niks met kip te maken. Het is platgeslagen steak, gepaneerd, gebakken. Dat halen ze uit de pan en in het vet dat achtergebleven is, doen ze bloem, peper en zout. Daar gaat melk bij en dat wordt een dikke saus, die dan op een bord over het vlees gaat. Aardappelpuree en boontjes erbij. Klaar. Ik bestelde Chicken Fried Steak.
De man vertelde dat hij altijd blij was als hij in de buurt van deze plaats kwam. Hij kwam overal. Al jaren. Hij was militair geweest. Golfoorlog. Kameraden verloren. Toen hij heelhuids terugkwam van zijn missie had zijn verloofde zich inmiddels al een andere kerel opgezocht. Hij kon in het dorp niet meer aarden. Hij kocht zich een vrachtwagen. Daarmee reed hij met een lading bomen uit Oregon naar Georgia. Daar pikte hij een andere vracht op en bracht die dan naar Chicago. Vanaf daar ging hij met weer een andere vracht naar Tucson. En nu was hij onderweg naar Wichita met staaldraad. Zo deed hij dat al meer dan twintig jaar. Overal geweest. Zijn truck was z’n huis. ,,Dit is de ware vrijheid”, zei hij al kauwend op zijn laatste hap vlees.
Ik vroeg hem waar het speldje van een Amerikaanse adelaar op zijn spijkerjas voor stond. Hij zei dat als je weet wat ware vrijheid is, je zo’n speldje kunt dragen. ,,Je kunt ze kopen bij zo’n grote truckstop langs de weg”, mompelde hij terwijl hij aan zijn toetje begon.
Dagblad van het Noorden, 29 november 2026